archieven.jpg

Boekpresentatie op donderdag 27 maart

Boek van Paul Sars over Jaap Geraedts.

Binnenkort verschijnt van de hand van Paul Sars het boek

‘Paul Celan, Jaap Geraedts: Keinerlei "Silberstreifen" am Horizont'
celansarsDer Briefwechsel des Dichters mit dem Komponisten.  
Herausgegeben und kommentiert von Paul Sars
(LIT-Verlag, Berlin-Münster-London-Wien-Zürich)

Op donderdag 27 maart (18.30-19.30 uur) vindt de presentatie van dit boek plaats in boekhandel Roelants in Lux aan het Mariënburg 38-39 (6511 PS) in Nijmegen. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan journalist en schrijfster Pauline Broekema

Programma 27 maart 2014, 18.30-1930 uur
Boekhandel Roelants in Lux, Mariënburg 38-39 in Nijmegen

18.30 uur: Inloop
18.50 uur: Welkom door Wouter Roelants en Paul Sars
19.00 uur: Voordracht door Pauline Broekema. "Een afgekeurd tooneelstuk", over goed en fout tijdens de bezetting.
19.20 uur: Overhandiging eerste exemplaar door Paul Sars
19.30 uur: Einde

Aanmelden vóór 24 maart per email via This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it

Over het boek
Begin 1957 is de inmiddels erkende componist Jaap Geraedts (1924-2003) naarstig op zoek naar een joodse tekstdichter die samen met hem een avondvullend oratorium wil schrijven waarin het lijden van de joden tijdens de nazidictatuur tot uitdrukking komt. Het meerstemmige koorwerk moet ‘een eigentijdse psalm' zijn, met trekken van een fuga, een spanningsvol muziekwerk dat culmineert in een afronding, waarin het joodse leed wordt getransformeerd, opgenomen in een groter geheel van de wereldgeschiedenis.
Jaap Geraedts wendt zich tot Jacques Presser die hem attendeert op Maurits Mok en Abel Herzberg. Maar wanneer Geraedts in februari 1957 het gedicht ‘Todesfuge' (‘Fuga van de dood') van Paul Celan leest, richt hij zich tot de joodse Duitstalige dichter in Parijs en stuurt hem een concept van vijf bladzijden, waarin de globale driedeling (‘de geboorte van de waanzin', ‘de catastrofe' en de ‘vernieuwing; verzoening en loflied') al is geschetst.
Paul Celan ontvangt het verzoek onder allerminst gunstige omstandigheden. Hij ontwaart om zich heen geen vernieuwing of verzoening, maar eerder tekenen van hernieuwd antisemitisme ("ich sehe [...] keinerlei "Silberstreifen" amm Horizont"). Tijdens lezingen in Duitsland wordt hij belachelijk gemaakt en geconfronteerd met valse beschuldigingen van plagiaat. Hij aarzelt, twijfelt, geeft aan dat het plan van Geraedts ruimer zou moeten worden opgezet, maar hij stemt dan toch toe de tekst te zullen schrijven "die u van mij verwacht".
De oratoriumtekst komt er niet, ondanks herhaalde pogingen van Jaap Geraedts om Paul Celan tot samenwerking te bewegen. Hoewel de werelden van de gevluchte joodse Duitse dichter en de van oorsprong katholieke, soms antroposofisch geïnspireerde Nederlandse componist sterk van elkaar verschillen, was samenwerking zeker denkbaar geweest. Geraedts heeft zich aantoonbaar verdiept in joodse geschiedenis, religie en muziek, terwijl Paul Celan de nabijheid van christenen geenszins schuwt. Bovendien schrijft Celan juist ten tijde van zijn contact met Geraedts gedichten als ‘Stimmen', ‘Engführung' en (later) ‘Psalm', die in hun meerstemmigheid en fugatische structuur heel goed in het beoogde oratorium zouden passen.
Ook wanneer de samenwerking met Paul Celan niet lijkt te lukken, blijft Jaap Geraedts pogingen doen om de gewenste muziekstukken - een oratorium ter herdenking van joodse slachtoffers of een werk ter herdenking van de in het verzet gevallenen, of nieuwe muziek bij de joodse psalmen - te componeren, zijn leven lang, mede aan de hand van teksten van Nelly Sachs en Paul Celan. Uit gesprekken, brieven en andere documenten blijkt dat Jaap Gearedts onverwerkte oorlogservaringen heeft en een schuldgevoel met zich meedraagt. Zijn positie als muziekstudent tijdens de oorlog, een betrokken toeschouwer die bij tijden wist wat er gebeurde, heeft diepe sporen achtergelaten, in zijn persoonlijk leven en in zijn werk.
Het boek benadert de korte briefwisseling tussen dichter en componist vanuit historisch en literatuurwetenschappelijk perspectief, terwijl muziekwetenschappelijke of theologische benaderingen nog zouden kunnen volgen.

Paul Celan (1920-1970) was de zoon van Duitstalige joden die in het destijds Roemeense Czernowitz leefden. Zijn ouders werden in nazi-kampen vermoord. Celan zelf overleefde het werkkamp, vluchtte in etappes via het nieuwe Boekarest en Wenen naar Parijs, waar hij van 1947 tot aan zijn zelfmoord in 1970 bleef wonen. Hoewel hij al spoedig erkenning kreeg als dichter van de ‘Todesfuge' werd zijn eigenzinnige poëzie aanvankelijk als gewild duister en ontoegankelijk bestempeld, hetgeen Celan bestreed. Beschuldigingen van plagiaat en van het literair te gelde maken van de moord op zijn ouders verhevigden zijn depressies en deden hem - ondank de erkenning door belangrijke literaire prijzen - steeds verder wegzinken in achtervolgingswaanzin.

Jaap Geraedts (1924-2003) werd geboren in Den Haag als zoon van Henri Geraedts die aan het Koninklijk Conservatorium Schoolmuziek doceerde. Jaap speelde viool en piano, maar fluit werd zijn instrumenten en op 16-jarige leeftijd componeerde hij zijn eerste werk voor fluit en piano. Hij studeerde van 1943 tot 1947 bij o.a. Henk Badings en Sem Dresden aan het Conservatorium in den Haag. In 1947 behoorde hij tot de medeoprichters van de Bilthovense Muziekweek (Stichting Gaudeamus). Geraedts werkte als docent, muziekcriticus en auteur, was als componist actief in een breed spectrum, van koorliederen tot symfonieën, van televisietunes tot kerkmuziek. Bij het huwelijk van Maxima en Willem-Alexander werd zijn ‘Onzevader' ten gehore gebracht.

Paul Sars studeerde germanistiek en filosofie in Nijmegen en München en is hoogleraar Duitse Taal en Cultuur / Nederland-Duitsland-Studies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij publiceerde in 2002 de brieven van Paul Celan aan Diet Kloos-Barendregt (‘Du musst versuchen, auch den Schweigenden zu hören') en richtte in 2012 op verzoek van het Nationale Bevrijdingsmuseum in Groesbeek samen met Pauline Broekema een tentoonstelling in over Diet Kloos en Paul Celan.

Pauline Broekema is verslaggever bij het NOS Journaal en schrijfster. In 2001 verscheen haar boek ‘Benjamin. Een verzwegen dood over het joodse leven op het Groninger platteland. In 2013 hield zij de 4 mei voordracht in de Nieuwe Kerk voorafgaand aan de Nationale Dodenherdenking. In oktober 2013 publiceerde ze met collega Helma Coolman ‘In het puin van het getto' over het onbekende Kamp Warschau. Eind mei verschijnt na jaren archiefonderzoek bij de Arbeiderspers haar boek ‘Het Boschhuis'. Ook in deze familiekroniek speelt de oorlog een belangrijke rol.

Op verzoek van Paul Sars houdt Pauline Broekema een korte toespraak bij de presentatie van het boek en neemt vervolgens het eerste exemplaar van ‘Paul Celan, Jaap Geraedts: Keinerlei "Silberstreifen" am Horizont' in ontvangst.

24 januari 2014