archieven.jpg

Jacob Richard Heuckeroth (1885-1960)

heuckeroth_f2993r-t

Jacob Richard Heuckeroth (1885-1960) werd geboren in Amsterdam op 2 november 1885. Hij begon zijn muzikale loopbaan te Arnhem, waar zijn vader J. Martin S. Heuckeroth (1853-1936) sinds 1892 dirigent van de Arnhemse Orkest Vereniging was. In 1902, op zestienjarige leeftijd, werd Richard cellist in dat orkest. Daarnaast studeerde hij harp en piano. Zijn vader vertrok in 1904 naar Amsterdam, waar hij 2e dirigent van het Concertgebouworkest werd. Richard werd als cellist in dit orkest benoemd. Niet lang daarna nam hij een betrekking aan als harpist bij het stedelijk orkest van Duisburg onder leiding van Alfred Fröhlich. Daarnaast trad hij herhaaldelijk op als soloharpist.

In 1906 ging hij naar Neurenberg, waar hij bij het Philharmonisch Orkest als soloharpist werd aangenomen. Nog in hetzelfde jaar werd hij 2e kapelmeester van het Breslauer Schauspielhaus onder Georg Jano. In 1907 volgde de functie van 1e kapelmeester te Passau.
In 1908 keerde Richard terug naar Nederland. Hij werd dirigent van de Nederlandsche Opera en Operette te Amsterdam in het Rembrandt Theater, waar hij belangrijke operavoorstellingen en operettes leidde. Van diverse opera's schreef hij zelf libretto-vertalingen. Na twee jaar hield hij het hier echter voor gezien wegens de zijns inziens amateuristische werkmethoden bij het koor. Richard keerde terug naar Duitsland, werd in 1911 1e kapelmeester van het Stadttheater van Offenburg-Lahr en in dezelfde functie van 1912-1913 van het Stadttheater Würzburg.
In 1913 weer terug in Nederland, begeleidde hij veel plaatopnamen. Ook maakte hij opnamen van Franse muziek in Parijs voor de firma Pathé, waarvoor hij onderscheiden werd als Officier de l'Académie française.

Van 1916-1917 was Heuckeroth 1e dirigent van de Nederlandsche Opera van Koopman, daarna werd hij in Arnhem dirigent van de A. O. V., de functie die zijn vader eerder bekleedde.
Ondanks zijn succes hier, keerde hij in 1920 terug naar Amsterdam, waar hij muzikaal leider van de Koninklijke Vereeniging van het Nederlandsch Toneel werd, bij Willem Royaards. Heuckeroth componeerde muziek bij vele toneelstukken. Deze onderneming werd echter een financieel debacle, wat eveneens het geval was met de heropgerichte opera van Koopman in 1923. Heuckeroth zocht daarna zijn heil in de amusementssector. Zo werd hij in 1923 dirigent bij de UFA, het tot bioscoop omgeturnde Amsterdamse Rembrandt Theater. Na zijn ontslag bij het theater was hij tot 1932 dirigent van een aantal amateurkoren en -orkesten in Hoorn. In 1932 richtte hij in Amsterdam de Nederlandse Kameropera op, die onder zijn leiding stond tot 1938.

Door een ongeluk aan zijn rechterhand heeft Heuckeroth na W. O. II nooit meer opgetreden als solist. Ook wilde hij toen niet meer dirigeren. Hij ging opnieuw in Hoorn wonen, waar hij muzieklessen gaf, samen met zijn vrouw. Daarnaast had hij succes met een zelfgebouwd marionnettentheater waar hij operavoorstellingen mee verzorgde. Richard Heuckeroth overleed op 15 maart 1960 door een hartstilstand.