nmi-moet-blijven.jpg

Zijlstra houdt voet bij stuk

De uitkomst van het debat met de staatssecretaris biedt het NMI weinig perspectief.

Op maandag 27 juni debatteerde de ‘voortouwcommissie' OCW van de Tweede Kamer over de door het kabinet voorgestelde bezuinigingen in de kunst en cultuur. Staatssecretaris Zijlstra toonde zich ongevoelig voor de oproep een aantal getroffen instellingen te ontzien, danwel de onvermijdelijke bezuinigingen alsnog gefaseerd in te voeren om deze instellingen zo meer tijd te geven in te spelen op een drastisch veranderde financiële situatie en verantwoordelijkheid.

Mariko Peters (GroenLinks) noemde de collecties van het NMI en het TIN van nationaal belang. Ze diende een motie in om het voortbestaan van het NMI te bekostigen vanuit de frictiekosten, en het NMI een zorgtaak te geven tot het instituut zich zelfstandig staande kan houden. Bij de beantwoording in de tweede termijn raadde Zijlstra deze motie af.

Op donderdag 30 juni zal over de moties gestemd worden. Zelfs aanvaarding van deze motie houdt echter geen erkenning in van de verantwoordelijkheid die de overheid heeft voor het Nederlands muzikaal erfgoed. Het NMI blijft de stellige mening toegedaan dat de door het kabinet zelf geformuleerde taak van erfgoedbescherming ook van toepassing zou moeten zijn op het muzikaal erfgoed. De vele steunbetuigingen van gerenommeerde musici en musicologen steunen het NMI in deze overtuiging.

Een aantal erfgoedcollecties - waaronder die van het NMI en TIN - zouden volgens Zijlstra wellicht middelen kunnen krijgen via het museale bestel. Hiervoor zal echter getoetst moeten worden aan de criteria van de Raad voor Cultuur. Voor het NMI zijn via deze weg slechts minimale kansen te verwachten, maar de mogelijkheden zullen de komende periode onderzocht worden.

De uitkomst van het debat biedt het NMI helaas weinig perspectief. Niettemin zal het NMI zich beraden op mogelijke vervolgacties en alle mogelijke kansen aangrijpen om zijn voortbestaan te bewerkstelligen.

28 juni 2011