Alexander Voormolen (1895-1980) was een compositieleerling van Johan Wagenaar aan de Utrechtse muziekschool. De jonge componist begon zijn carrière met een vliegende start: in 1916 werd zijn Valse de ballet uitgevoerd door het Concertgebouworkest, en in hetzelfde jaar dirigeerde de Franse dirigent Rhené-Bâton zijn Prélude pour La Mort de Tintagiles in de Scheveningse Kurzaal. De dirigent stelde Voormolen voor naar Parijs te gaan. Daar kwam hij onder de hoede van Albert Roussel, maar ook Maurice Ravel was behulpzaam, onder meer door hem te introduceren bij muziekuitgeverij Rouart, Lerolle & Cie. Toen Voormolen in 1919 in het vaderland emplooi zocht, voorzag Ravel hem van een aanbeveling bij de directeur van het Koninklijk Conservatorium, Johan Wagenaar.
|
|
|
St Cloud 6/7/19
Monsieur le Directeur, vous devez estimer sans doute aussi bien que moi, la véritable musicalité de l’art délicat de Woormolen. Pourtant, sa modestie le porte à croire qe mon opinion pourrait l’aider à obtenir [p. 2] la sitation qu’il ambitionne au Conservatoire de La Haye. Je suis donc heureux de témoigner ici ma sincère sympathie artistique pour ce compositeur si heureusement doué et ma conviction de l’excellente influence qu’il [p. 3] ne pourrait manquer d’exercer. Je vous prie de croire, Monsieur le directeur, à l’expression de mon sentiment le plus distingué,
Maurice Ravel |
|
St Cloud 6/7/19
Meneer de Directeur, U hebt ongetwijfeld even grote hoogachting als ik voor de waarachtige muzikaliteit van Voormolens delicate kunst. Toch doet zijn bescheidenheid hem geloven dat mijn mening hem zou kunnen helpen bij het verkrijgen [p. 2] van de positie die hij ambieert aan het Conservatorium van Den Haag. Het is mij daarom een genoegen hier mijn oprechte artistieke sympathie uit te spreken voor deze zo welbegaafde componist, wiens invloed naar mijn overtuiging niet anders dan voortreffelijk [p. 3] zal kunnen zijn.
Inmiddels verblijf ik met de meeste hoogachting,
Maurice Ravel |
|
|
Toen Voormolen met dit briefje op zak aanklopte bij zijn vroegere leraar, had deze nog maar net zijn werkkring in het geliefde Utrecht verruild voor het directeurschap van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Om wat voor reden dan ook leidde Voormolens sollicitatie niet tot een aanstelling. Den Haag is wel Voormolens vaste woonplaats geweest sinds 1923, en van 1938 tot 1955 vervulde hij aan het conservatorium de functie van bibliothecaris.
Voormolens muziek is in deze tijd ‘verhollandst’; hoewel hij in zijn jonge jaren gold als modern en Frans georiënteerd, kregen later met werken als de beide Baron Hop-Suites (1924, 1931) en de nocturne voor orkest Eline (1957) nostalgische, neoklassieke en neoromantische tendensen de overhand.
Het hier afgebeelde briefje bevindt zich in het archief van Johan Wagenaar. In het archief Voormolen worden nog enkele briefjes van Ravel bewaard, evenals van andere contacten uit zijn Parijse periode, zoals Florent Schmitt en Albert Roussel.
LM 27-1-2012
Archief Alexander Voormolen » Archief Johan Wagenaar »
|
|

Voormolen in Parijs, 1917. Volgens een aantekening op de achterzijde van deze foto woonde hij naast Ravel.
|