Archiefstuk van de maand
Een violist-aviateur (1913)
|
||
| De tengere jonge man is Arthur Monnier Harper (1888-1916), een uitzonderlijke figuur tussen de Nederlandse luchtvaartpioniers. De in Ierland geboren vioolvirtuoos werd door tijdgenoten gezien als buitengewoon talentvol, maar door zijn veelzijdigheid en rusteloos temperament, èn door zijn tragisch korte leven is dit talent nooit tot volle ontplooiing gekomen. Twee archiefdozen met composities getuigen van zijn ambitie als componist. |
||
![]() Foto door D. Pander, Leiden, vermoedelijk genomen nabij Warmond aan de Kagerplassen, ca. 1913 |
||
|
|
Arthur Monnier Harper, Anny Harper-Herckenrath, Lygia, ca. 1913. Een of meerdere personen zijn van de afbeelding afgescheurd.
|
|
| Maar het gemoed van deze kunstenaar is te bruisend om de les ter harte te nemen. Met grote passie volgt hij andere interesses, zoals toneelspel en beeldhouwkunst. De anonieme biografische schets in het archief spreekt van een “nihilistisch toneelstuk” getiteld La main de fer dat hij in zijn Brusselse studietijd zou hebben geschreven en opgevoerd, met zichzelf in de hoofdrol; zo oproerig blijkbaar, dat de voorstelling werd onderbroken door de politie. Ook had hij een fascinatie voor de snijkamer van de medische faculteit. Zijn in klei uitgevoerde sculpturen stelden, volgens dit typoscript, hoofdzakelijk “stervende mijnwerkers” voor.
De sprong naar de grote podia heeft Monnier Harper daardoor niet gemaakt, en misschien niet geambiëerd. Intussen heeft hij zich gevestigd in Scheveningen en speelt gedurende één seizoen in het Residentie-Orkest. In de provincie wordt zijn vioolspel beloond met enthousiast applaus en lovende kritieken. Sarasates Zigeunerweisen en Wieniawski’s Légende laten hem van zijn beste kant horen. Zijn hang naar theater drijft hem naar het variété; een advertentie uit 1911 kondigt hem aan als “componisten-imitator” in het Amsterdamse Bioscope-Theater, en foto’s uit 1910 tonen hem gekostumeerd als Paganini, Wagner en Liszt bij optredens in het Londense Coliseum, in een variety bill rond de legendarische Sarah Bernhardt. |
Onderschrift: "Monnier-Harper as Paganini played at Colesium [Coliseum] with Sarah Bernardt [Bernhardt]" (1910) |
|
| Op 15 mei beschrijft Van Eeden hem als [...] sints een jaar halfzijdig verlamd en sprakeloos. Zijn arme moeder zag uit op mijn komst als op die van den Messias, zeide ze. Haar dankbaarheid was grenzeloos. De verlamde was al dien tijd verpleegd in een sanatorium bij een ongevoelige doctor, die weinig aan hem deed, hem vrijwel verwaarloosde. Een antipathiek, grof, hebzuchtig persoon. Op 30 september (brief aan Henri Borel): Ik was bij Harper en zal doen voor hem wat ik kan, maar ik weet nog niet of het noodig is dat jij en ik zijn verpleegkosten betalen. Er zijn er die het beeter kunnen doen. Hij hoeft gelukkig niet geopereerd. Maar dat in de knie is t.b.c. Ik was zeer geroerd toen ik bij hem was en had moeite mij goed te houden. Ik zelf zweefde booven diepe weemoedsafgronden. Op 15 november (dagboek): Met Harper en zijn moeder praatte ik rustig en lang. Hij kuste mijn handen. Ik sprak oover een gedachte van mrs Harper, dat het kind, bij zijn geboorte een moeder vindt die het liefheeft, koestert en verzorgt, en dat dan ook wel zeeker, bij ons verlaten van dit lijf en de weedergeboorte daarna, wij ook een moeder zullen vinden, die ons verwacht en ons helpen zal.” Op 24 december: Bij Harper was het ook droevig. De jongen scheen mij nagenoeg stervende. Hij is nu met zijn moeder bij Boon aan huis. Maar de twee vrouwen kunnen nu elkander weer niet verdragen. En moeder en zoon snakken naar een eigen huisje. ▫ Dit verlangen gaf hem plotseling kracht tot spreeken, hij zei: my own mother, home! ▫ Het kwam mij voor alsof hij dat alleen doen kon door de nabijheid van den dood. Nu nam, als 't ware, het astraal-lijf de functie oover van de verwoeste hersendeelen, en liet hem spreeken, zooals de afgestorvene de organen van het medium gebruikt. Ik zeide hem: you will have your home, my boy! Maar ik bedoelde het ‘Home’ aan géne zijde. |
Frederik van Eeden (1860-1932) De geciteerde brief aan Henri Borel, in het oorspronkelijke handschrift niet van jaartal voorzien, is in de uitgave abusievelijk gedateerd 1916 (handschrift in het Letterkundig Museum, Den Haag). |
|
|
Arthur Monnier Harper overlijdt op nieuwjaarsdag 1916, en wordt op 5 januari begraven op Nieuw Eykenduynen. Op 22 januari vindt een herdenkingsconcert plaats in Diligentia, waar Van Eeden spreekt. De auteur is een geregelde bezoeker van spiritistische scéances, en meent op 11 februari een boodschap te ontvangen van de gestorvene dat deze rust gevonden heeft. Een vreemd contrast vormen Monnier Harpers luchtvaartexperimenten, die wel bovenal een uitdrukking zullen zijn geweest van zijn verlangen om ‘het aardse’ te ontstijgen, maar ook een praktische, financiële kant hadden. In een ongedateerde brief aan zijn moeder spreekt hij de verwachting uit dat er met een watervliegtuig (hydroplan) veel geld te verdienen valt. Waarschijnlijk ontvlamde zijn enthousiasme voor de luchtvaart in 1909, het jaar dat Blériot het Kanaal overstak en ook de eerste vlucht boven Nederlands grondgebied plaatsvond. De foto’s in het archief laten drie verschillende, gedeeltelijk door hemzelf gebouwde toestellen zien. Een is het watervlieg op de foto hierboven. Een ander, op de afbeelding hiernaast, is waarschijnlijk het in bamboe uitgevoerde model met bewegende vleugels, beschreven in de Nieuwe Tilburgsche Courant van 2 augustus 1911. Of dit gevlogen heeft is twijfelachtig; geen van de foto’s toont een toestel los van de grond. Toch meldt een ongedateerd krantenknipsel in het archief “dat gistermiddag omstreeks 6 uur de heer Monnier Harper de voldoening mocht smaken, met zijn vliegmachine, waarin de heer J. Lampe als passagier had plaats genomen, zich eenige meters boven den grond te verheffen.” |
Graf Arthur Monnier Harper, Nieuw Eykenduynen, Den Haag (2012) |
|
| In Scheveningen sticht hij als vertegenwoordiger van de de Londense Weston Hurlin Company, een leverancier van onderdelen, een “watervliegschool”, waarvoor het terrein wordt afgestaan door het Departement van Oorlog (Avia, 2/5, 1 juli 1912, p. 57-58, en 2/7, 1 augustus, p. 81). Begin 1913 wordt hij genoemd als leerling van de vermaarde Adriaan Mulder bij vliegschool De Kampioen te Ede (Algemeen Handelsblad, 17 januari 1913). Van Adriaan Mulder weten we hoe het afliep:
Maar alsof mij nog niet genoeg tegenslag had getroffen, werd ons kamp nog bezocht door een brandramp, waarbij de hangar met haar zes toestellen, alle onderdeelen, mijn lauwerkransen, kortom heel ons hebben en houden een prooi der vlammen werd. [...] Het toestel van mijn vriend Monnier Harper ging ook in't vuur verloren. (Het Vaderland, 1 april 1936) Lodewijk Muns, 3-8-2012 |
![]() Arthur Monnier Harper en Anny Herckenrath (?), nabij Apeldoorn, ca 1911 |
|
|
|





