organisatie.jpg

Geschiedenis

Muzikaal erfgoed
De collecties van het NMI nemen een centrale plaats in op het gebied van Nederlandse muzikaal erfgoed (bronnenmateriaal, waaronder veel muziekmanuscripten). Die collecties worden nu via de infrastructuur van het HGA verzameld, geconserveerd, geregistreerd en voor het publiek toegankelijk gemaakt. Sedert 2016 is de collectie van het Nederlands Muziek Instituut ingebed in het Haags Gemeentearchief.

Geschiedenis van de collectie
Het Nederlands Muziek Instituut is het resultaat van het samengaan van drie belangrijke 'papieren' muziekcollecties in 2000: de muziekarchieven en de muziekbibliotheek van het Gemeentemuseum in Den Haag en de muziekdocumentatieverzameling van de stichting Musica Neerlandica.

De muziekbibliotheek is in eerste instantie bijeengebracht door de Haagse bankier Daniël François Scheurleer (1855-1927). Enkele jaren na zijn dood werd de bibliotheek samen met zijn verzameling muziekinstrumenten en een muziekiconografische collectie ondergebracht in het Gemeentemuseum in Den Haag, waar de eerste muziekconservator Dirk Balfoort (1886-1964) de collectionering van de muziekarchieven (vooral componistenarchieven) ter hand nam.

De violist Willem Noske (1918-1995) begon zijn verzameling 'Musica Neerlandica' nadat hij door toedoen van Balfoort geïnteresseerd was geraakt in de Nederlandse muziekgeschiedenis. In de loop van enkele tientallen jaren wist hij een groot aantal uitgaven van Nederlandse muziek en documentatie, vooral uit de periode 1850-1950, alsook een aantal muziekarchieven bijeen te brengen. Het NMI herbergt ook zijn belangrijke collectie vioolmuziek, de 'Casa del violino'.

Stichting Nederlands Muziek Instituut
De Stichting Nederlands Muziek Instituut is in 1999 opgericht. De collecties werden in december 2000 gehuisvest in de Koninklijke Bibliotheek. In 2006 werd het instituut 'verzelfstandigd', waarmee een eigen subsidierelatie met de Gemeente Den Haag werd aangegaan en de band met het Gemeentemuseum werd verbroken. Het ministerie van OC&W heeft het NMI in datzelfde jaar aangewezen als sectorinstituut voor het muziekerfgoed. Deze regeling is met ingang van januari 2013, met het in werking treden van de nieuwe culturele basisinfrastructuur (BIS), komen te vervallen. Het NMI ontvangt sedertdien geen steun meer van de rijksoverheid. Vanwege de bezuinigingen werd ook de subsidie van de gemeente Den Haag verminderd is. Het gevolg was dat het Nederlands Muziek Instituut toen niet meer als zelfstandig instituut kon blijven bestaan. Door het samengaan met het Haags Gemeentearchief konden de collecties integraal behouden blijven. Het personeelsbestand is echter wel drastisch ingekrompen. De Stichting heeft in die jaren haar rol als werkgever en collectiebeheerder opgegeven, maar bestaat nog wel als steunstichting.