Geschiedenis
| Het Nederlands Muziek Instituut is het resultaat van het samengaan van drie belangrijke 'papieren' muziekcollecties: de muziekarchieven en muziekbibliotheek van het Gemeentemuseum Den Haag en de muziekdocumentatieverzameling van de stichting Musica Neerlandica. |
De stichting Nederlands Muziek Instituut is in 1999 opgericht, de collecties zijn in december 2000 verhuisd naar de huidige locatie (als inwonend instituut in de KB). In oktober 2001 is het NMI officieel geopend door de dirigent Riccardo Chailly. In 2006 werd het instituut 'verzelfstandigd', waarmee een eigen subsidierelatie met de Gemeente Den Haag is aangegaan. Het ministerie van OC&W (waarvan het NMI ook subsidie ontvangt) heeft het NMI in datzelfde jaar aangewezen als sectorinstituut voor het muziekerfgoed.
Muzikaal erfgoed
In het NMI worden collecties, kennis en activiteiten op het gebied van de klassieke muziek in het algemeen en meer in het bijzonder van de Nederlandse muziek en het Nederlandse muziekleven tot op heden gebundeld. Hiermee kan het muziekinstituut zich presenteren als de centrale plaats waar Nederlands muzikaal erfgoed (bronnenmateriaal, waaronder veel muziekmanuscripten) wordt verzameld, geconserveerd, geregistreerd en toegankelijk gemaakt voor het publiek in de breedste zin van het woord.
Geschiedenis van de collectie
De muziekbibliotheek is in eerste instantie bijeengebracht door de Haagse bankier Daniël François Scheurleer (1855-1927). Enkele jaren na zijn dood werd de bibliotheek samen met zijn verzameling muziekinstrumenten en een muziekiconografische collectie ondergebracht in het Gemeentemuseum in Den Haag, waar de eerste muziekconservator Dirk Balfoort (1886-1964) de collectionering van de muziekarchieven (vooral componistenarchieven) ter hand nam.
De violist Willem Noske (1918-1995) begon zijn verzameling nadat hij door toedoen van Balfoort hevig geïnteresseerd was geraakt in de Nederlandse muziekgeschiedenis. In de loop van enkele tientallen jaren wist hij een groot aantal uitgaven van Nederlandse muziek en documentatie, vooral uit de periode 1850-1950, bijeen te brengen.

