Dirk Balfoort 1886 - 1964
Balfoort studeerde viool aan de conservatoria van Brussel en Amsterdam bij o.a. André Spoor. Van 1907 tot 1926 was hij actief als violist in verscheidene orkesten en als vioolleraar. In 1926 vestigde hij zich als privé-docent in Den Haag.
De kennismaking met de Haagse bankier en muziekhistoricus D.F. Scheurleer en zijn ‘Muziekhistorisch Museum' gaf Balfoorts loopbaan een nieuwe richting. Nadat hij door Scheurleer als assistent in dienst was genomen, werd hij na diens dood in 1928 conservator van de collectie.
Mede dankzij de inzet van Balfoort is deze collectie in 1933 integraal door de Gemeente Den Haag aangekocht en in het nieuwe Gemeentemuseum ondergebracht. Als conservator van de aldus ontstane muziekafdeling nam hij het initiatief tot de verzamelen van archieven van Nederlandse musici uit de 19de en 20ste eeuw, tegenwoordig de archief-collectie van het NMI. Van 1942 tot 1953 was hij adjunct-directeur van het museum.
Als musicus-conservator richtte hij in 1942 het Museum Kamerorkest en in 1948 het Museum Kamerkoor op, gespecialiseerd in de uitvoering van weinig bekende Nederlandse muziek.
Balfoort publiceerde studies over onder meer het muziekleven in Nederland van de 16e tot en met de 18e eeuw en over vioolbouw.

